Spring naar inhoud

Käthe Kollwitz in Vladslo

85 jaar 'Treurend Ouderpaar'

Treurend Ouderpaar - © .
geschreven op 17 augustus 2017

85 jaar geleden, op 20 augustus 1932, werden op een veld in de buurt van Diksmuide twee standbeelden onthuld. Ze geven op de meest intense manier het oeverloze verdriet weer van ouders die een kind verliezen in een oorlog: Het Treurende Ouderpaar van Käthe Kollwitz.

De Duitse beeldhouwster maakte deze beeldengroep ter nagedachtenis aan haar zoon Peter Kollwitz, die in het begin van de Eerste Wereldoorlog in oktober 1914 was gesneuveld nabij Diksmuide.

Lees het verhaal van de versteende smart van een moeder-kunstenares op het soldatenkerkhof van Vladslo.
Het Treurende Ouderpaar, Vladslo

Käthe Kollwitz wordt geboren als Käthe Schmidt in 1867 in Koningsbergen (Königsberg) in Oost-Pruisen, toen nog Duits grondgebied; na WOII wordt het onder de naam Kaliningrad een Russische stad. Ze komt uit een progressief milieu. Haar grootvader langs moederszijde was Julius Rupp, een protestants predikant en theoloog met vooruitstrevende denkbeelden. Haar vader Karl Schmidt had rechten gestudeerd, maar krijgt omwille van zijn liberale opvattingen geen aanstelling bij de Pruisische staat en werkt dan maar in de bouwnijverheid. Na het lezen van Karl Marx wordt hij een overtuigd socialist. Käthes oudere broer Conrad Schmidt, een econoom en filosoof, is een goede bekende van de communistische denker Friedrich Engels.

Käthe krijgt allesbehalve een strenge ‘Pruisische’ opvoeding, maar wordt door haar ouders aangespoord haar eigen weg te zoeken en haar talenten te ontdekken en te ontplooien. Omdat ze als meisje niet wordt toegelaten tot de kunstacademie van Koningsbergen, zorgt haar vader ervoor dat ze privélessen ontvangt van een schilder. Daarna trekt Käthe naar Berlijn om daar aan de zogenaamde Damenakademie een hogere kunstopleiding te volgen. In de Duitse hoofdstad komt ze in contact met de internationale kunstwereld én met de geneeskundestudent Karl Kollwitz, met wie ze zou huwen.

Käthe Kollwitz

Karl begint een dokterspraktijk in een arbeiderswijk in Berlijn. Dankzij de door Otto von Bismarck ingestelde ziekteverzekering van overheidswege, kan hij zo zijn socialistische idealen in realiteit brengen en zich toeleggen op de zorg voor de minderbedeelden. Käthe doet hetzelfde in haar kunst: haar geliefkoosde onderwerpen zijn arbeiders, volksvrouwen en kinderen. Het koppel zou twee zonen krijgen: Hans (°1892) en Peter (°1896).

Käthe met haar twee zonen Hans en Peter, 1909

Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog zet de denkwereld van Käthe Kollwitz overhoop. Als socialist en humanist is ze tégen de oorlog, maar als Duitse voelt ze het toch als haar plicht om haar land te steunen. Zeker wanneer haar twee zonen toetreden tot de krijgsmacht wordt Käthe heen en weer geslingerd tussen die tegenstrijdige gevoelens. In haar dagboeken beschrijft ze die tweespalt: “Het is toch stom dat de jongens ten oorlog trekken. Het is afgrijselijk en krankzinnig. Soms bekruipt mij de dwaze gedachte: Hoe kunnen ze in godsnaam deelnemen aan die zinneloosheid? En dan meteen de koude douche: Ze moeten! Ze moeten!”

Peter Kollwitz, 1914

Die afkeer voor de oorlog, die eerst nog onder de oppervlakte sluimert, zal de bovenhand krijgen na de dood van haar jongste zoon Peter. Hij sneuvelt op 23 oktober 1914 tijdens een aanval van zijn compagnie op de Belgische stellingen aan de IJzer in Esen bij Diksmuide. Peter Kollwitz is amper 18 jaar oud. Hij wordt door zijn kameraden begraven op Het Roggeveld tussen Esen en Zarren.

Onmiddellijk na kennisname van het droeve nieuws vat Käthe het plan op om een gedenksteen te creëren voor haar zoon. In haar dagboeken komt duidelijk Käthes anti-oorlogsgevoel naar voren: “Het gevoel dat we verraden zijn... Peter en miljoenen, vele miljoenen andere jongens, ze zijn allemaal verraden.” Ze wordt een actieve pacifiste.

Käthe Kollwitz: Die Überlebenden

Intussen werkt ze aan de gedenksteen voor Peter. Tientallen ontwerpen en schetsen resulteren uiteindelijk in de fameuze beeldengroep Die Eltern ofte Het Treurende Ouderpaar, een dubbelbeeld van een vader en een moeder die treuren om de dood van hun kind, elk op hun manier. De vader, verbeten, grimmig, het leed opgekropt. De moeder, ineengedoken, intriest, vol smart.

De aangrijpende sculptuur evolueert van een particulier rouwend ouderpaar tot een universele aanklacht tegen de oorlog. Nergens is er begrip voor de oorlog of trots voor het gebrachte heldenoffer. Er is alleen verdriet. Kollwitz heeft deze beelden ontworpen, maar niet zélf uitgehouwen: de vaderfiguur werd gebeeldhouwd door August Rhades, de moeder is van de hand van Fritz Diederich.

Oude foto van de beelden op Friedhof Roggeveld, Esen

In 1926 komen Käthe en Karl Kollwitz naar Esen om het graf van hun zoon op Het Roggeveld te bezoeken. Käthe bekijkt de omgeving en stelt voor om de knielende beelden zo te plaatsen dat ze de hele begraafplaats overschouwen, alsof ze niet alleen rouwen voor Peter, maar voor alle gesneuvelde soldaten. En dat zijn er op Friedhof Roggeveld in totaal 1538, waarvan 647 niet-geïdentificeerd.

(foto's van Friedhof Roggeveld, klik voor groter formaat)

Het zal duren tot 1931 eer de beelden klaar zijn. Eerst worden ze geëxposeerd in de Pruisische Academie. In de zomer van 1932 worden ze dan naar België overgebracht en op 20 augustus worden de beelden officieel ingehuldigd op Friedhof Roggeveld aan de Steenstraat in Esen-Diksmuide. In Esen lopen ze aanvankelijk niet hoog op met deze beelden, die tenslotte ‘de vijand’ herdenken: ze worden spottend Manten en Kalle genoemd.

Käthe Kollwitz zou nog de gruwelen van Hitlers fascisme meemaken en ook de Tweede Wereldoorlog spaart haar familie niet: haar 19-jarige kleinzoon Peter, zoon van Hans en vernoemd naar zijn gesneuvelde oom uit WOI, zou op zijn beurt op het slagveld sterven. Hij sneuvelt aan het Oostfront in Rusland in 1942. Käthe Kollwitz zelf overlijdt op 22 april 1945.

In een van haar laatste notities zegt ze: “Op een dag zal een nieuw ideaal oprijzen en komt er een einde aan alle oorlogen. Met deze overtuiging sterf ik. Het zal veel hard werk vereisen, maar het zal gebeuren!”

Kruisen in Vladslo

In 1956 wordt beslist om de vele Duitse militaire begraafplaatsen, die verspreid liggen over heel West-Vlaanderen, samen te brengen op vier locaties. De graven en de bijhorende beeldengroep van Friedhof Roggeveld verhuizen naar een nieuw kerkhof in het Praetbos in Vladslo, waar ze nu nog altijd te zien zijn. Het Deutscher Soldatenfriedhof Vladslo, zoals het officieel heet, herbergt de graven van 25.644 gesneuvelde soldaten. Het treurende ouderpaar staat centraal achteraan. Vlak voor de beelden liggen granieten tegels met daarop de namen van geïdentificeerde soldaten, waaronder Peter Kollwitz.

Grafkruis van Peter Kollwitz, In Flanders Fields Museum, Ieper

Het houten kruisje dat op zijn oorspronkelijk graf op het Roggeveld in Esen stond, is nu ondergebracht in het In Flanders Fields Museum in Ieper.

Voor de liefhebbers: de West-Vlaamse zanger Willem Vermandere maakte een lied Vladslo over het gelijknamige kerkhof. Luister hier naar Vladslo.

Hieronder een journaalfragment over de beelden van Vladslo n.a.v. de 100ste sterfdag van Peter Kollwitz (23 oktober 2014) met Kathelijn Vervarcke die hierover een boek schreef.

VRTNU VRTNU VRTNU