Spring naar inhoud

Moest er niet bespaard worden?

geschreven op 07 januari 2016

Tegen 2020 wil de VRT verhuizen naar een gloednieuw, aangepast en duurzaam gebouw. Ook de RTBF heeft een gelijkaardige procedure lopen voor een nieuwbouw. De hele Reyerssite krijgt zelfs een facelift. En dat in tijden van crisis en besparingen. Waarom eigenlijk?

Waarom voldoet het huidige gebouw niet meer?

Het VRT/RTBF-complex op de Reyerssite is ongeveer vijftig jaar oud en dat is er ook aan te zien. En niet enkel aan de Oostbloklook. Die is nu zo fout dat hij bijna terug hip is. Neen, het VRT/RTBF-gebouw is een log en verouderd ‘ministerie van radio en televisie’. Een mastodont die bureaucratie uitstraalt.

de middenstraat op de Reyerssite

Enerzijds is het gebouw veel te groot; 30 à 40% van de oppervlakte is overbodig. Anderzijds is er een nijpend tekort aan flexibele en moderne werkruimte. En die paradoxale situatie verergert steeds meer door het verder inkrimpen van de organisatie.

Maar de VRT is ook bouwtechnisch verouderd. Toen het gebouw ontworpen werd, had niemand gehoord van energiezuinig, laat staan van energieneutraal. Het gevolg: kamerbrede verwarmingselementen tegen slecht geïsoleerde ramen, betonnen koudebruggen en niet te dichten tochtkieren. Na een studie van hittebeelden kreeg het elf verdiepingen hoge gebouw de passende bijnaam ‘de radiator van Brussel’.

Slechte isolatie doet het gebouw opgloeien op de infraroodbeelden
Het verschil tussen goede isolatie (volle muur: zwart) en slechte isolatie (stuk met vensters: paars, roze en meer)

VRT en RTBF delen momenteel ook nog één gebouw met gemeenschappelijke technische installaties. Zo zijn de verwarmingsketels van de VRT en de koelinstallaties van de RTBF. Er is dus overleg nodig om de kamertemperatuur te regelen. Ook zijn de meeste technische installaties ook aan vernieuwing toe. Niet evident met twee mediabedrijven die steeds verder uiteen groeien.

Dat gedeelde gebouw ligt op een groot stuk grond waar beide mediabedrijven momenteel zeer weinig mee doen. Zelfs het groen wordt onderbenut want door de hoge omheining blijft de site een afgesloten eiland. Zo is het ook voor de buurt verloren ruimte.

Wat zijn de opties?

Er werden eerst drie alternatieven bekeken:

  1. Renovatie
  2. Renovatie van een gedeelte aangevuld met nieuwbouw
  3. Nieuwbouw op een andere locatie
TOM is nooit verder geraakt dan de eerste fase

Renovatie leek tot nog niet zo lang geleden de ideale keuze. Zo ging in 2005 het Totale Ombouwproject (of TOM) van start. Maar al snel bleek dat door onvoorziene elementen de kosten veel hoger zouden uitvallen dan verwacht. Ook zijn bepaalde isolatieproblemen niet te verhelpen. Er werd op een gegeven moment zelfs geopperd om het elfde verdiep gewoon leeg te halen en vol te spuiten met isolatieschuim. Een mediabedrijf in volle werking verbouwen is daarenboven enorm moeilijk. Renovatie, volledig of gedeeltelijk vloog als idee terug van tafel.

Nieuwbouw dus. Verschillende locaties in Vlaanderen en Brussel werden overwogen, maar uiteindelijk kreeg de huidige Reyerssite toch steeds de voorkeur. Tijd dus voor een vierde optie:

  1. Compacte nieuwbouw op de huidige locatie
Maquette van het winnende voorstel voor de nieuwbouw

Door te kiezen voor een kleiner nieuw gebouw op de Reyerssite haalt de VRT uiteindelijk het meeste voordeel uit de situatie.

  • Een compact, modern gebouw vereist veel lagere exploitatiekosten (technisch onderhoud, schoonmaak, flexibiliteit van ruimtes, energiebesparing en beveiliging)
  • De verkoop van de overige gronden betaalt samen met de lagere exploitatiekost zelfs de volledige kost van de nieuwbouw en de inrichting
  • De inbedding van de VRT in de hoofdstad van België en Europa blijft behouden
  • De VRT blijft samen met de RTBF betrokken bij de ontwikkeling van de Reyerssite tot ‘mediapark.brussels
  • het openstellen van de site geeft de VRT de kans om een publiek gebouw met een maatschappelijke culturele functie te worden

Het is dus helemaal niet zo gek om deze investering te doen in een tijd van besparingen. Een compacte nieuwbouw valt op relatief korte termijn zelfs goedkoper uit dan gewoon blijven zitten in het huidige gebouw.

Hoe moest het nieuwe gebouw er dan uitzien?

De vraag aan de architectenbureaus werd omschreven in een lijvige projectdefinitie maar de belangrijkste elementen sommen we hieronder op:

  • Het moet een openbaar gebouw worden: dus een ontmoetingsplaats en referentiepunt
  • Een 'thuis' met uitstraling voor de VRT
  • Gezond en duurzaam en voldoen aan de richtlijnen van de Vlaamse Overheid
  • Robuust én flexibel en daarmee opgewassen tegen de toekomst
  • Toegankelijk voor iedereen
  • Voldoen aan de eisen van de werknemers (hun opmerkingen zaten in het dossier)
  • Niet onbelangrijk: het moet passen binnen het vooropgestelde budget dat realistisch maar uiteraard ook beperkend is

Wie ontwerpt het nieuwe gebouw?

Toen het Team Vlaams Bouwmeester in 2014 een Open Oproep lanceerde voor het nieuwe omroepgebouw, dienden 64 architectenteams een dossier in. Het niveau van de kandidaten was uitzonderlijk. Naast de fine fleur van de Belgische ontwerpers en een paar veelbelovende jonge bureaus, kandideerden ook internationale zwaargewichten, zoals Zaha Hadid, Rem Koolhaas, MVRDV, UN Studio en Dominique Perrault. Half oktober 2014 herleidde een jury het aantal kandidaten tot vijf:

Office Kersten Geers David Van Severen + KCAP (tijdelijke vereniging)
Office for Metropolitan Architecture (OMA)
Christian Kerez
 Architecten devylder-vinck-tailleu + evr-Architecten
Robbrecht & Daem + DIERENDONCKBLANCKE architects

De jury kiest uiteindelijk voor het ontwerpteam Robbrecht & Daem + DIERENDONCKBLANCKE architects + Arup UK + VK group omdat “zij vernieuwende concepten durven voor te stellen zonder de betrouwbaarheid van de basisvoorzieningen daardoor in het gedrang te brengen”.

In het juryverslag lezen we: “In de plaats van het bestaande, saaie kantoorgebouw komt er een nieuw gebouw dat eigenlijk als een ‘cultureel- en ontmoetingscentrum’ is opgevat. Het ‘centrum’ van het gebouw is een polyvalent overdekt buitenplein dat zowel tot het park (en de stad) als de VRT behoort. Daarrond is er een theater, een parktheater en openbaar groen. Zo is het project, volgens de jury, geslaagd in de opzet om zo veel mogelijk publiek aan te trekken.”

Zowel buiten als binnen zijn kwaliteitsvolle publieke plekken voorzien. Maar ook de flexibiliteit en de modulariteit van de werkplekken in de nieuwbouw zijn optimaal. Ook met duurzaamheid heeft het ontwerpteam goed rekening gehouden. Het team noemt dit zelf: 'Living building': een gebouw waar gebruikers zelf een ruimte opzoeken die bij hen past voor het werk dat ze uitvoeren.

VRTNU VRTNU VRTNU