Spring naar inhoud

Wanderblog: Hoe funest is fast fashion?

Wanderblog

© voorlopig
geschreven op 05 januari 2017

Begin januari betekent ook het begin van de koopjesperiode. De solden zijn het signaal om ons en masse naar de winkels te begeven, want een etiket met -30%, -40% of zelfs meer, dat werkt op onze koopgrage geest in als een rode lap op een stier. Aanvallen! Maar aan de jaarlijkse hoogdagen van handelaren hangt een prijskaartje: de steeds groter wordende last van overconsumptie.

Dat we bewuster moeten omgaan met onze manier van consumeren, is een boodschap die we de voorbije jaren steeds vaker en luider horen. En terecht. Onder andere de komst van Primark naar België was reden voor allerlei opiniestukken waarin gewezen werd op de ethisch bedenkelijke productiemethodes die voorafgaan aan het moment waarop wij voor een spotprijs een kleedje, trui of broek op de kop kunnen tikken. Ons bewustzijn van die bedenkelijke praktijken werd ook aangewakkerd door de zware ramp in de Rana Plaza-textielfabriek in Bangladesh in 2013, waarbij meer dan duizend mensen het leven lieten.

Betogers na de ramp in de Rana Plaza-textielfabriek
200 dollar voor een mensenleven

Verschillende winkels en merken die er hun kledij lieten vervaardigen, reageerden met de belofte om voor betere arbeidscondities te ijveren. Primark kwam ook met een schadevergoeding voor de families van slachtoffers van 200 dollar op de proppen. Wat een mensenleven al niet waard is.

Massale ontslagen

Zelfs na die zware ramp weigerden veel winkelketens, zoals Walmart, om concrete akkoorden te ondertekenen voor betere arbeidsomstandigheden. Het resultaat is dat uitbuiting en mensonwaardige praktijken in de textielproductieindustrie nog steeds schering en inslag zijn. Dat bleek eind december nog toen meer dan duizend textielarbeiders in Bangladesh ontslagen werden toen ze om een verhoging van het minimumloon vroegen en begonnen te staken.

Spaanse betogers na de ramp in de Rana Plaza-textielfabriek
Fast fashion

Niet enkel waar we onze kledij kopen is reden voor grondige morele overwegingen en overpeinzingen. Ook de manier waarop we kopen is dat, met andere woorden de hoeveelheid. Naast het productieproces doet ook het consumptieproces de wenkbrauwen fronsen. De voorbije decennia is fast fashion de norm geworden in de kledingindustrie: kledij is een zo goedkoop mogelijk wegwerpproduct geworden dat hooguit een seizoen of twee moet of mag meegaan. Het gevolg daarvan is een gigantische afvalberg die voor een embolie dreigt te zorgen van de longslagaders van onze planeet.

Duizelingwekkende cijfers

In het boek Overdressed: The Shockingly High Cost of Cheap Fashion schetst onderzoeksjournaliste Elizabeth Cline een duizelingwekkend portret van de manier waarop we kledij produceren en consumeren. Voor de ecologische impact van onze consumptiedrift knijpen we graag onze ogen dicht, of we reageren er wel eens minimaliserend op. We plaatsen onszelf niet graag voor de spiegel van ons moreel bewustzijn. Maar dat onze consumptiedrift wel degelijk op hol is geslagen blijkt bij uitstek uit de textielsector. Wereldwijd worden jaarlijks 80 miljard nieuwe kleren gekocht. Dat is een stijging van 400% op 20 jaar tijd. 400% sinds de jaren ’90, en dat waren al geen jaren van ontbering en tekort. Het is nu zelfs zo erg dat de zogenaamde “thrift shops” in de VS aan de alarmbel moeten trekken: er worden zoveel kleren weggegeven aan “goede doelen”, dat die er ook geen raad meer mee weten. Volgens de Council for Textile Recycling verkopen de thrift shops slechts 20% van de kleding die ze ontvangen. Tonnen relatief jonge kledij belanden in de verbrandingsoven of op een gigantische afvalberg. Doordat de meeste kledij grotendeels bestaat uit materiaal dat niet biologisch afbreekbaar is, komt daarbij nog eens een enorme hoeveelheid schadelijke stoffen vrij.

(On)gelukkig zijn

Bovendien worden we van al dat consumeren niet noodzakelijk gelukkiger. Overdaad schaadt, zo luidt de zegswijze. Uit verschillende onderzoeken blijkt dan ook dat de geluks- of voldoeningscurve afvlakt naarmate we meer en meer materieel bezit nastreven en hebben. Hoe meer we hebben, hoe minder we gelukkig worden met meer. Consuminderen zou zo dus niet enkel de buitenwereld, maar ook onze innerlijke leefwereld ten goede kunnen komen.

Wegwerpmensen

We leven niet meer in een consumptiemaatschappij, maar in een hyperconsumptiemaatschappij. Zowel in waar we kopen, in wat we kopen als in hoeveel we kopen, ligt een grote uitdaging voor een betere toekomst. We moeten onze wegwerpmentaliteit weggooien. Zowel met het oog op een beter milieu, de strijd tegen uitbuiting in ontwikkelingslanden, als om ons eigen geluk is dat een belangrijk streefdoel. Als een mens is wat hij doet en denkt, dan vrees ik dat we wegwerpmensen geworden zijn. En we zouden toch zelf niet na een seizoen of twee door onze medemens afgeschreven willen worden. Kledij verhult het lichaam, maar onthult een stukje van de ziel. Hoe iemand zich kleedt, zegt iets over diens persoonlijkheid. Het kan zeker geen kwaad om daar bewuster mee om te gaan, zeker in deze soldenperiode. Anders zal het werkelijke prijskaartje van al onze aankopen, ondanks en dankzij alle kortingen, alleen maar groter worden.

VRTNU VRTNU VRTNU